In september 2008 bracht een collectie hedendaagse kunst gemaakt door Damien Hirst meer dan 140 miljoen euro op. De veiling vormde het hoogtepunt én het dramatische einde van een tijdperk waarin de prijzen voor contemporaine kunst tot ongekende hoogtes stegen. Hoe ontstond deze luchtbel? Filmmaker en kunstrecensent Ben Lewis deed onderzoek naar de internationale kunstmarkt en kwam tot intrigerende conclusies.
Er was één persoon die in september 2008 geen toestemming kreeg om de grote veiling van Damien Hirst kunst bij Sotheby's in Londen te bezoeken: kunstcriticus en filmmaker Ben Lewis. De veiling was een succes met een recordopbrengst van meer dan 140 miljoen euro, dus waarom mocht hij er niet bij zijn? Misschien wist Lewis te veel. Het grootste deel van 2008 was hij bezig geweest met een onderzoek naar de booming markt van contemporaine kunst, en het bleek dat de kunstwereld niet blij was met zijn ontdekkingen.
Ben Lewis reisde in 2008 van de Art Basel Fair in Zwitserland naar de veilinglokalen van New York, van de ateliers van succesvolle kunstenaars in Berlijn naar de kantoren van puissant rijke hedge-funders en kunstverzamelaars. Waar hij ook ging, de kunstwereld vertelde hem dat de boom van de contemporaine kunstmarkt niet stoppen was, voortgestuwd door de kunsthonger van een groeiende groep nieuwe rijken uit de hele wereld. Maar Lewis vond andere oorzaken een wereld van geheimzinnige kunstdeals, speculatie, belastingvoordelen, en manipulatie van de markt waarbij vrijwel de hele kunstmarkt betrokken leek te zijn: kunsthandelaren, verzamelaars, galerieën, veilinghuizen en zelfs musea. Maar uiteindelijk kwam toch het moment dat Lewis al lang voorspeld had: een maand na de Hirst veiling bij Sotheby's crashte de markt voor contemporaine kunst. En aan die crash lijkt voorlopig geen einde te komen...
Zondag 7 juni 2009, 18.20 uur, Ned. 2
(0 x gestemd)